Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat bij een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar geen recht bestaat op een dwangsom. 

X woont in Thailand en ontvangt een WAO-uitkering. In zijn aangifte IB/PVV opteert X niet voor binnenlandse belastingplicht. Voor zijn uitkering vraagt hij vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting. De inspecteur legt conform de aangifte een aanslag inkomstenbelasting 2009 op van nihil en geeft de op de uitkering ingehouden loonheffing terug. De inspecteur verklaart het door X ingediende bezwaarschrift ongegrond. Rechtbank Breda oordeelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is en oordeelt dat X niet in aanmerking komt voor een dwangsom.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat bij een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar geen recht bestaat op een dwangsom. Dit op grond van art. 4:17 lid 6 Awb. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat X door zijn bezwaar tegen de nihilaanslag niet in een gunstiger positie kon komen en dat het bezwaar dus kennelijk niet-ontvankelijk was. Dat de inspecteur het bezwaar ongegrond in plaats van niet-ontvankelijk heeft verklaard, maakt niet dat X toch recht zou hebben op een dwangsom. Het hof oordeelt dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen en verklaart het hoger beroep van X ongegrond. Het hof acht zich niet bevoegd om zich uit te spreken over het verzoek van X met betrekking tot het gebruik van de inspecteur van adressen van buitenlandse belastingplichtigen. 

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 4:17-6

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 25 oktober

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen