Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt na verwijzing door de Hoge Raad dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de dga's in (fictieve) dienstbetrekking tot X bv staan.

De dagelijkse leiding over X bv ligt bij twee Limiteds waarmee zij managementovereenkomsten heeft gesloten. Deze Ltd’s hebben elk een belang van 24% in X bv. Twee andere bv’s hebben belangen van 37% en 15%. De dga’s van de Ltd’s hebben arbeidsovereenkomsten gesloten met ‘hun’ Ltd’s. Volgens de inspecteur zijn de Ltd’s fiscaal transparant en is sprake van dienstbetrekkingen tussen X bv en de dga’s. In geschil is de aan X bv opgelegde naheffingsaanslag loonheffing. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is sprake van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. De Hoge Raad (18 februari 2022, 20/03424, V-N 2022/11.5) oordeelt dat zonder nadere motivering niet begrijpelijk is dat volgens het hof naar civiel recht moet worden uitgegaan van arbeidsovereenkomsten tussen X bv en de dga’s van de Ltd’s en niet van arbeidsovereenkomsten tussen de Ltd’s en de dga’s. Volgt verwijzing.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de dga's in dienstbetrekking tot X bv staan. De inhoud van de managementovereenkomsten duiden er niet op dat er in wezen sprake is van arbeidsovereenkomsten. Zo zijn er geen bepalingen opgenomen over werktijden, vakantiedagen en afspraken over ziekte. Het feit dat op één plaats wordt gesproken over “de arbeidsovereenkomst” doet aan het voorgaande niet af. Dit is namelijk een verschrijving. Het zijn ook geen fictieve dienstbetrekkingen. De managementwerkzaamheden worden door de dga's namelijk uitsluitend verricht in het kader van de rechtsbetrekking met hun Ltd's (zie HR 14 februari 2014, 13/00475, V-N 2014/10.14). Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Burgerlijk Wetboek Boek 7 610

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Loonbelasting, Premieheffing

Editie: 4 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

651

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen