X dient op 5 december 2022 een verzoek om ambtshalve vermindering in voor de IB-aanslag 2021. Vervolgens verzendt zij op 30 september 2024 een ingebrekestelling. De inspecteur wijst beide verzoeken af. De inspecteur wijst het verzoek om dwangsom af omdat de ingebrekestelling onredelijk laat is ontvangen.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X geen recht heeft op een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek om een ambtshalve vermindering. Zij heeft de inspecteur namelijk onredelijk laat in gebreke gesteld. De rechtbank acht het tijdsverloop van ruim 1 jaar en 10 maanden tussen het einde van de beslistermijn en de ingebrekestelling te lang. De rechtbank verwijst daarbij naar de wetsgeschiedenis waarin een termijn van hooguit enkele weken word genoemd. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.17
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 14 juli
Informatiesoort: VN Vandaag