X BV is eigenaar van een zonne-energieinstallatie. De installatie ligt los op het dak van een distributiecentrum van A en wordt door ballast (stoeptegels) op haar plaats gehouden. X BV sluit een huurovereenkomst met A en verkrijgt een recht van opstal. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde van de zonne-energieinstallatie vast op € 847.000. X BV maakt bezwaar en stelt dat de installatie geen onroerende zaak en dus geen afzonderlijk WOZ-object is.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de zonne-energieinstallatie voor de toepassing van de Wet WOZ een gebouwd eigendom is. Het is namelijk een werk in de zin van art. 3:3 BW, omdat de installatie naar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Het hof acht daarbij van belang dat het een technisch complexe samenstelling van zonnepanelen, onderstel en kabels betreft en dat de installatie is verzwaard met ballast. Dat de installatie door eenvoudige demontage verplaatsbaar is, is niet van belang. Het hof verwerpt ook de stelling van X BV dat de installatie een samenstel vormt met het dak van het distributiecentrum waarop de installatie is aangebracht. Beide eigendommen hebben namelijk niet dezelfde eigenaar. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Wet waardering onroerende zaken artikel 18
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 14 juli
Informatiesoort: VN Vandaag