De Minister van Financiën heeft een beleidsregel vastgesteld voor de bepaling van bestuurlijke boetes bij overtredingen van de registratieverplichtingen voor uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische constructies.

De regeling treedt op 1 juni 2026 in werking en biedt een beleidsmatig kader voor de handhaving van de artikelen 11 en 12 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Uitgangspunt is een boete van 10% van het wettelijke maximum, momenteel € 2750 (10% van € 27.500). Bij recidive kan de boete oplopen via een stapsgewijze verhoging tot uiteindelijk het volledige wettelijke maximum van € 27.500. Bij de vaststelling van de boete wordt rekening gehouden met omstandigheden zoals de financiële draagkracht van de overtreder, medewerking aan het onderzoek en genomen herstelmaatregelen. Deze factoren kunnen uitsluitend tot matiging leiden.

Verder bepaalt de beleidsregel dat wanneer één gedraging tot meerdere overtredingen leidt, slechts één bestuurlijke boete wordt opgelegd. Daarmee wordt voorkomen dat cumulatie van boetes tot een onevenredig resultaat leidt. De regeling sluit aan bij de bestaande beboetingssystematiek voor het UBO-register van vennootschappen en andere juridische entiteiten.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 14 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen