X BV doet op 9 januari 2022 aangifte BPM voor een Land Rover Range Rover Sport en voldoet € 14.256. X BV voegt een taxatierapport van 4 januari 2022 bij de aangifte. De RDW keurt de auto op 30 december 2021, de inschrijving vindt plaats op 11 januari 2022. De inspecteur laat een hertaxatie verrichten door DRZ en legt een naheffingsaanslag op van € 4.623, waarmee de verschuldigde BPM op € 18.879 komt. Uit de koerslijst van Xray bij het DRZ-rapport volgt een handelsinkoopwaarde van € 64.547. De aankoopprijs van de auto bedraagt € 72.000. Het CO2-verschil tussen de auto en het referentievoertuig in de koerslijst bedraagt 8 gr/km. In geschil is of de taxatiemethode kan worden toegepast en, zo nee, of bij de koerslijstmethode de historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde juist zijn vastgesteld.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het taxatierapport niet kan worden gebruikt omdat het is opgesteld na het afschrijvingsmoment (keuring RDW op 30 december 2021). Bij de koerslijstmethode stelt de rechtbank de historische nieuwprijs vast op € 148.093, uitgaande van de eigen CO2-uitstoot van de auto conform het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2023, V-N 2024/2.10. De rechtbank oordeelt dat de hogere aankoopprijs niet meebrengt dat de koerslijst van Xray niet kan worden toegepast. Het geringe CO2-verschil van 8 gr/km verhindert de toepassing evenmin, mede gelet op intern beleid van de Belastingdienst en het feit dat de eigen deskundige van de inspecteur dezelfde koerslijst hanteert. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag tot € 4128.
Wetingang:
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 8
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 14 juli
Informatiesoort: VN Vandaag