Een bezwaar of beroep tegen een VPB-aanslag waarin een earningsstrippingcorrectie op grond van art. 15b Wet VPB 1969 wordt bestreden, heeft volgens de Kennisgroep formeel recht ook betrekking op de rentesaldovaststellingsbeschikking. Dit geldt ook voor aanslagen met een dagtekening vóór 1 januari 2023 en zelfs als de belastingplichtige expliciet aangeeft dat het bezwaar of beroep uitsluitend tegen de aanslag is gericht.

Op grond van de earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet VPB 1969 is een deel van het saldo aan renten niet aftrekbaar. Het niet-aftrekbare bedrag wordt voortgewenteld en door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

Sinds 1 januari 2023 bepaalt art. 24a lid 2 AWR dat een voor bezwaar vatbare beschikking waarvan het bedrag op hetzelfde aanslagbiljet is vermeld als de belastingaanslag, voor bezwaar en beroep wordt geacht onderdeel uit te maken van die aanslag.

Dit geldt volgens de Kennisgroep eveneens voor aanslagen met een dagtekening vóór 1 januari 2023. De vaste jurisprudentie van de Hoge Raad over de samenhang tussen een aanslag en een verliesvaststellingsbeschikking kan namelijk worden doorgetrokken naar de rentesaldovaststellingsbeschikking. Als de aangevoerde gronden tegen art. 15b Wet VPB 1969 slagen, werkt dat door in zowel de aanslag en/of verliesvaststellingsbeschikking als de rentesaldovaststellingsbeschikking.

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15B

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15BB

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 24A

[Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 19 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen