In de voorgelegde situatie heeft een belastingplichtige een bestaande eigenwoningschuld van € 200.000 waarvan al vijf jaar van de maximale looptijd zijn verstreken. Bij het oversluiten wordt deze schuld ondergebracht bij een andere geldverstrekker. Tegelijkertijd wordt voor een verbouwing een aanvullende annuïtaire lening van € 100.000 afgesloten. Voor beide leningen wordt een looptijd van 360 maanden overeengekomen.
Volgens de Kennisgroep moet bij het oversluiten van de bestaande schuld het aflossingsschema van de oude lening worden voortgezet. De nieuwe lening van € 200.000 had daarom moeten aansluiten bij de resterende looptijd van 300 maanden en niet opnieuw een looptijd van 360 maanden mogen krijgen. Pas als aan die voorwaarde is voldaan, kan voor het aanvullende leenbedrag van € 100.000 een nieuwe maximale looptijd van 360 maanden gelden.
Omdat in dit geval voor beide schulden een nieuwe looptijd van 360 maanden is overeengekomen, kwalificeren zowel de schuld van € 200.000 als de verbouwingslening van € 100.000 niet als eigenwoningschuld. Beide schulden behoren daardoor tot box 3. Herstel is mogelijk door het aflossingsschema van de overgesloten schuld alsnog aan te passen, maar de schulden kwalificeren dan pas vanaf het moment van de aanpassing weer als eigenwoningschuld.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119A
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119C
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 19 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag