Het Cypriotische Retal Industries Limited houdt de aandelen in de Litouwse vennootschappen NEO GROUP UAB en Retal Lithuania UAB. In 2016 en 2017 ontvangt Retal voor € 28,5 mln. aan dividenden van haar dochters. Volgens NEO geldt voor deze dividenden een VPB-vrijstelling zodat de aan Retal uitgekeerde dividenden niet zijn onderworpen aan de VPB. De Litouwse Belastingdienst is echter van mening dat de VPB-vrijstelling niet geldt omdat sprake is van kunstmatige transacties om de VPB over de door Retal ontvangen dividenden te ontwijken. Volgens de fiscus is de op Cyprus woonachtige PG namelijk de uiteindelijk gerechtigde van de dividenden. De Litouwse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat Litouwen niet in strijd met het EU-recht handelt door bronbelasting te heffen over de door NEO aan haar Cypriotische moeder uitgekeerde dividenden omdat de moeder deelneemt aan een keten van transacties waarvan alle of sommige kunstmatig zijn en de dividenden uiteindelijk worden overgedragen aan de UBO. Dat de moeder een economische activiteit uitoefent en dus geen doorstroomvennootschap is, is niet van belang. Het Hof van Justitie gaat vervolgens nog uitgebreid in op alle andere omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling of de Litouwse antimisbruikbepaling strijd met het EU-recht oplevert.
Wetingang:
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Internationaal belastingrecht, Europees belastingrecht, Vennootschapsbelasting, Dividendbelasting
Editie: 19 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag