Bij een voeging is art. 15ab lid 6 Wet VPB 1969 ten aanzien van een interne schuldverhouding onverkort van toepassing in de situatie dat zich enige jaren eerder een ontvoeging heeft voorgedaan, waarbij ten aanzien van diezelfde schuldverhouding art. 15aj lid 2 Wet VPB 1969 is toegepast. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep reorganisatiefaciliteiten en fiscale eenheden.

Bij een voeging is art. 15ab lid 6 Wet VPB 1969 ten aanzien van een interne schuldverhouding onverkort van toepassing in de situatie dat zich enige jaren eerder een ontvoeging heeft voorgedaan, waarbij ten aanzien van diezelfde schuldverhouding art. 15aj lid 2 Wet VPB 1969 is toegepast. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep reorganisatiefaciliteiten en fiscale eenheden.

M bv en D bv vormen een fiscale eenheid voor de VPB. M bv heeft een schuldvordering op D bv van nominaal € 17.000.000. In 2018 wordt D bv ontvoegd uit de fiscale eenheid. Met toepassing van art. 15aj lid 2 Wet VPB 1969 waardeert M bv haar schuldvordering onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip op de bedrijfswaarde, € 12.000.000, en D bv haar schuld op de nominale waarde, € 17.000.000. In de loop van 2021 is het belang van D bv terug overgedragen aan M BV en wordt D BV direct na de overdracht opnieuw opgenomen in een fiscale eenheid met M bv als moedermaatschappij. Onmiddellijk voorafgaand aan het moment van opnieuw voegen bedraagt de bedrijfswaarde van de schuldvordering € 9.000.000. De nominale waarde is nog steeds € 17.000.000. Bij voeging leidt toepassing van art. 15ab lid 6 Wet VPB 1969 bij M bv tot een afwaarderingsverlies van slechts € 3.000.000, maar bij D bv tot een winstneming van € 8.000.000.

Lees ook het thema Fiscale eenheid in de Vpb.

Wetsartikelen:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 15aj

[Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 20 december

Informatiesoort: VN Vandaag

438

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen