De Kennisgroep loonheffing algemeen stelt dat een eenmalige overlijdensuitkering door een pensioen-bv van driemaal het maandloon aan de partner van haar dga valt onder de vrijstelling van art. 11 lid 1 sub Wet LB 1964.

De Kennisgroep loonheffing algemeen stelt dat een eenmalige overlijdensuitkering door een pensioen-bv van driemaal het maandloon aan de partner van haar dga valt onder de vrijstelling van art. 11 lid 1 sub Wet LB 1964. Een dga zonder dienstbetrekking bij zijn eigen pensioen-bv komt te overlijden. Na het overlijden ontvangt de partner van de dga een eenmalige overlijdensuitkering van de pensioen-bv van driemaal het maandloon. Aan de kennisgroep is de vraag gesteld of de vrijstelling voor eenmalige overlijdensuitkeringen van art. 11 lid 1 sub m Wet LB 1964 van toepassing is. De kennisgroep beantwoordt deze vraag bevestigend. Een dga die tot het moment van overlijden pensioen geniet uit zijn bv is werknemer voor de loonheffingen, omdat sprake is van loon uit vroegere dienstbetrekking. De vrijstellingen van art. 11 Wet LB 1964 zijn op basis van parlementaire geschiedenis ook van toepassing voor loon uit vroegere dienstbetrekking.

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 11

[Nieuwsbron]

Rubriek: Loonbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 20 december

Informatiesoort: VN Vandaag

449

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen