Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. De heer X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak.

De heer X koopt in Duitsland een gebruikte Ford C-Max. Volgens het taxatierapport bij de BPM-aangifte is de afschrijving 87,3% en is de verschuldigde BPM € 1.075. De inspecteur past de forfaitaire afschrijvingstabel toe en legt een naheffingsaanslag op van € 2.915 (op basis van art. 10a BPM 1992 inzake het bestrijden van hagelschadeconstructies). De auto was namelijk kort daarvoor naar Duitsland geëxporteerd, waarbij een teruggaaf € 3.461 was verleend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij her-invoer binnen zes maanden na de export het oogmerk aanwezig wordt geacht dat de auto opnieuw wordt geregistreerd in Nederland. X maakt echter aannemelijk dat dit oogmerk bij hem ontbrak. X stelt met succes dat hij pas door de naheffing op de hoogte raakte van het feit dat de auto eerder in Nederland geregistreerd was geweest. De inspecteur stelt ook vergeefs dat X aannemelijk moet maken dat het oogmerk bij een (hem onbekende) derde ontbrak. Een dergelijke bewijslast is onredelijk. X heeft zijn onderzoeksplicht naar de herkomst van de auto ook niet verzaakt, ondanks dat op internet het land van eerste toelating was te vinden. Het beroep van X is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10a

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 21 februari

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen