X doet BPM-aangifte voor een Cadillac ATS Coupé 3.6 V-series en voldoet € 5974. Na controle door Domeinen stelt de inspecteur dat € 11.373 is verschuldigd. In geschil is de naheffingsaanslag, die na bezwaar is verminderd tot € 5242, waarbij de inspecteur is uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 132.800 en een handelsinkoopwaarde van € 27.474 uit de koerslijst Eurotax van de taxateur van X.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X met het taxatierapport en de foto’s niet aannemelijk maakt dat de auto meer dan normale gebruiksschade heeft. De taxatiemethode kan dus niet worden toegepast. De eigen aankoopprijs van € 40.000 en de exclusiviteit van de auto is bovendien een indicatie dat de handelsinkoopwaarde van € 27.474 eigenlijk te laag is. Na bezwaar heeft X een bezwaarkostenvergoeding gekregen van € 592. Deze wordt alsnog verhoogd tot € 1332 (zie HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, V-N 2024/33.18). X krijgt voor het beroep een proceskostenvergoeding van € 934 en wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriële schadevergoeding van € 1500.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 juni
Informatiesoort: VN Vandaag