Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de aanslag erfbelasting 2012 terecht niet verder vermindert op grond van de AWR, omdat de WOZ-beschikking voor de relevante waardepeildatum per 1 januari 2012 niet is herzien door de gemeente.

X aanvaardt de nalatenschap van zijn tante beneficiair. Tot de nalatenschap behoort een woning met een WOZ-waarde van € 534.000 met als waardepeildatum 1 januari 2012. Na bezwaar vermindert de inspecteur de aanslag op basis van een bijgestelde WOZ-waarde van € 365.000. Het tweede bezwaar tegen de aanslag verklaart de inspecteur niet-ontvankelijk. Wel wordt de aanslag nog verminderd door de WOZ-waarde vast te stellen op € 350.000. In 2019 wordt een taxateur ingeschakeld door de inspecteur van de gemeente. Vervolgens wordt de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2013 verminderd tot € 198.000. In geschil is of de inspecteur de aanslag erfbelasting verder moet verminderen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de aanslag erfbelasting 2012 terecht niet verder vermindert op grond van de AWR, omdat de WOZ-beschikking voor de relevante waardepeildatum per 1 januari 2012 niet is herzien. Voor de erfbelasting sluit men aan bij de WOZ-waarde zoals de gemeente deze vaststelt. De inspecteur kan de onherroepelijk aanslag erfbelasting alleen nog verminderen als de WOZ-beschikking daadwerkelijk wordt herzien. De inspecteur gaat terecht uit van een waarde van € 350.000. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 16

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 18A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Schenk- en erfbelasting

Editie: 29 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen