In 1993 sluit X een overeenkomst voor een cumulent spaarplan. In 2000 wordt de verzekering afgekocht. De afkoopsom is gebruikt als inleg voor een pensioenvoorziening bij een verzekeraar. De premies zijn in elk geval in 1999, en van 2001 tot en met 2009 in aftrek gebracht op het inkomen. In 2009 stopt X met premiebetaling en maakt de verzekering de polis premievrij. In 2018 is het product gestopt. Het uit te keren bedrag is ondergebracht bij ABN AMRO. Het bedrag is in 2020 uitgekeerd. De inspecteur belast de uitkering als inkomen in box 1. In hoger beroep is in geschil of sprake is van een uitkering van een lijfrentekapitaal die belast is in box 1.
Hof Den Bosch oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat sprake is van een opname van saldo van een box 3- spaarrekening. X heeft premies in aftrek gebracht en heeft geen box 3-vermogen aangegeven met betrekking tot de polis. Ook heeft het premievrij maken van de polis niet tot beëindiging van de verzekering geleid. Dat X teleurgesteld is over de opbrengst en stelt dat sprake is van een woekerpolis, doet hier niet aan af. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.7
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.106
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.107A
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 29 juni
Informatiesoort: VN Vandaag