X raakt in 2005 betrokken bij een motorongeval waardoor hij minder goed ter been is en rugklachten heeft. X bezit een auto en twee motoren, één voor solo-ritten en één voor ritten met zijn partner. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of de reiskostenvergoeding die X voor woon-werkverkeer heeft ontvangen in mindering moet worden gebracht op zijn aftrekbare reiskosten in verband met ziekte of invaliditeit. In het incidentele hoger beroep van de Inspecteur is in geschil of het houden van twee motoren niet bovenmatig is vanwege persoonlijke voorkeur en of de kosten van vervoer die reeds zijn verwerkt in genees- en heelkundige hulp ad € 49 in mindering moet worden gebracht.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de door X van zijn werkgever ontvangen reiskostenvergoeding terecht in mindering is gebracht op de aftrekbare vervoerskosten. X maakt niet aannemelijk dat bij de 'maatman' ook sprake is geweest van een reiskostenvergoeding die is verdisconteerd. Het aanhouden van twee motoren is redelijkerwijs alleen te verklaren door persoonlijke voorkeur, waardoor de kosten van één van de motoren bovenmatig zijn en niet voor aftrek in aanmerking komen. De vervoerskosten naar genees- en heelkundige zorg van € 49 komen in mindering ter voorkoming van dubbeltelling. Het principaal hoger beroep is ongegrond; het incidenteel hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 29 juni
Informatiesoort: VN Vandaag