X koopt een Toyota Land Cruiser met 26 juli 2018 als datum eerste toelating. De RDW heeft na een keuring een grijs kenteken voor de oplegtrekker afgegeven. Op 4 januari 2019 wordt bij een controle geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de BPM-inrichtingseisen. De (oorspronkelijke) laadruimte is teruggeplaatst en deze is voorzien van een overkapping met links een raam, de hoogte van de laadruimte is minder dan 130 cm, de lengte is minder dan 150 cm er zit een rail in de vloer. In geschil is de naheffingsaanslag van (uiteindelijk) € 30.472 en de verzuimboete van € 1523. Rechtbank Den Haag vernietigt de boete, omdat X bij de aankoop in de veronderstelling verkeerde dat de auto als bestelauto kwalificeerde.
Hof Den Haag oordeelt dat voor de belastingplicht niet van belang is wie het kenteken heeft aangevraagd. De inspecteur heeft X terecht aangemerkt als belastingplichtige. X stelt vergeefs dat de auto ten tijde van de registratie al niet voldeed aan de inrichtingseisen en dat de BPM moet worden nageheven van degene die de aanvraag voor de inschrijving heeft gedaan. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 3
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 5
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 3 juli
Informatiesoort: VN Vandaag