Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X gedurende heel 2018 fiscaal inwoner van Nederland is. Daarbij acht de rechtbank onder andere van belang dat X zijn Nederlandse woning als eigen woning heeft aangegeven.

Uit een strafrechtelijk onderzoek blijkt dat X en zijn echtgenote in 2017 en 2018 forse contante uitgaven hebben gedaan. Naar aanleiding van de gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek corrigeert de inspecteur het inkomen van X voor de jaren 2017 (€ 750.000) en 2018 (€ 1,4 mln). X is het hier niet mee eens en stelt onder andere dat hij op 24 mei 2018 is verhuisd naar Curaçao en dat hij vanaf dat moment moet worden aangemerkt als buitenlands belastingplichtige.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X gedurende heel 2018 fiscaal inwoner van Nederland is. Daarbij acht de rechtbank onder andere van belang dat X zijn Nederlandse woning als eigen woning heeft aangegeven. Verder acht de rechtbank ook van belang dat X in Nederland beschikte over een auto, waarvoor hij MRB betaalde, en dat hij ook beschikte over diverse bankrekeningen en een beleggingsrekening in Nederland. De rechtbank stelt daarnaast ook vast dat X in 2018 slechts gedurende maximaal 14 dagen op Curaçao verbleef. De rechtbank handhaaft de (navorderings)aanslagen omdat de schatting van de inspecteur redelijk is en niet willekeurig. Wel worden de boetes gematigd.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 55

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 3 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen