X ontvangt een uitnodiging, herinnering en aanmaning om aangifte IB/PVV 2020 te doen, maar dient geen aangifte in. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag op. In de beroepsfase concludeert de inspecteur dat de aanslag te hoog is en beroept zich op interne compensatie. Hij berekent het inkomen uit aanmerkelijk belang op € 1.061.996, verminderd met € 386.908 niet gerealiseerde persoonsgebonden aftrek tot € 675.088, met verrekening van € 32.808 loonheffing en € 159.299 dividendbelasting. De inspecteur baseert zich op hem bekende gegevens over het inkomen en vermogen van X. De rechtbank vermindert de aanslag naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 675.038 en handhaaft de verzuimboete van € 385. X stelt hoger beroep in. In geschil is of de aanslag, zoals verminderd door de rechtbank, te hoog is vastgesteld en of terecht een verzuimboete is opgelegd.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X de vereiste aangifte niet doet en dat de bewijslast daarom terecht is omgekeerd en verzwaard. De inspecteur baseert zijn schatting op bekende gegevens over het inkomen en vermogen van X, welke juistheid X niet weerspreekt. Het hof acht deze schatting redelijk. X levert geen bewijs dat de aanslag lager moet zijn; voor de gestelde schenking van € 650.000 aan een stichting overlegt hij ook in hoger beroep geen bewijs. Ten aanzien van de verzuimboete oordeelt het hof dat van X, gezien zijn inkomen en vermogen, verwacht mag worden dat hij iemand inschakelt voor de aangifte. Van afwezigheid van alle schuld is geen sprake. De boete is passend en geboden.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 17 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag