De vader van X richt in 2012 een Stichting Administratiekantoor op om alle aandelen in een A BV te verwerven. Vader houdt alle certificaten. De aandelen in de BV zijn aan te merken als fictieve onroerende zaken. In 2017 schenkt vader de certificaten aan X. X en A BV dienen een aangifte OVB in en doen een beroep op de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel b Wet BRV 1970. Volgens de inspecteur geldt de bedrijfsopvolgingsvrijstelling niet voor het verkrijgen van certificaten van aandelen. Hij stelt dat X niet de aandelen zelf, en de aan die aandelen verbonden zeggenschap, heeft verkregen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling ook van toepassing is op de verkrijging door X van de certificaten. De certificaten vertegenwoordigen namelijk de economische eigendom van de aandelen in de BV, waarmee haar onderneming wordt voortgezet. De inspecteur gaat in hoger beroep.
Hof Amsterdam bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling ook van toepassing is op de verkrijging door X van de certificaten, ondanks het feit dat X niet de volledige zeggenschap over de onderneming heeft na de verkrijging. De rechtbank heeft volgens het hof namelijk terecht overwogen dat nergens uit de wetsgeschiedenis van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling, of de jurisprudentie van de Hoge Raad, een voorwaarde blijkt van volledige zeggenschap over de onderneming na de verkrijging. Volgens het hof kan ook degene die zonder zeggenschap medegerechtigd is tot een onderneming, ondernemer zijn in de zin van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Op de verkrijging door een kind van een dergelijke medegerechtigdheid moet de bedrijfsopvolgingsvrijstelling dan van toepassing kunnen zijn. Verder wijst het hof nog op het arrest van de Hoge Raad van 17 september 2010 (08/04478, ECLI:NL:HR:2010:BL5558, V-N 2010/48.19). Uit dit arrest volgt volgens het hof dat certificaten van aandelen zijn te vereenzelvigen met de aandelen indien het economische belang bij de aandelen bij de certificaathouder berust. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 4
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 3 juli
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus