Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de stelling dat twee à drie kerkdiensten per jaar te weinig is om aan het 70%-criterium voor de kerkenvrijstelling te voldoen, geen steun vindt in wet- en regelgeving. Bepalend is het gebruik voor de openbare eredienst in verhouding tot het gebruik voor andere doeleinden.

X koopt een onroerende zaak bestaande uit een kerkgebouw en een perceel grond in 2019 aan voor € 12.500 met de intentie deze als kerk te behouden. Een kerkgemeente houdt in 2023 drie kerkdiensten in het gebouw en gebruikt het niet voor andere doeleinden. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor belastingjaar 2023 vast op € 14.000 en past de kerkenvrijstelling voor de heffing van onroerendezaakbelasting niet toe op het kerkgebouw. De heffingsambtenaar acht twee à drie kerkdiensten per jaar onvoldoende voor de kerkenvrijstelling en verklaart het bezwaar van X ongegrond. In geschil is of de kerkdiensten voldoen aan het 70%-criterium voor toepassing van de kerkenvrijstelling.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de stelling van de heffingsambtenaar, dat twee à drie kerkdiensten per jaar te weinig is om aan het 70%-criterium te voldoen, geen steun vindt in wet- en regelgeving. Het gebruik voor de openbare eredienst beziet men in verhouding tot het gebruik voor andere doeleinden. Nu X onweersproken stelt dat de onroerende zaak in 2023 uitsluitend dient voor de openbare eredienst en niet voor andere activiteiten, is aan het 70%-criterium voldaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en past de kerkenvrijstelling toe, waardoor de WOZ-waarde en aanslag OZB tot nihil worden verminderd.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Wet waardering onroerende zaken artikel 18

Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken

Editie: 3 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen