Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de overdracht van voertuigen door X BV geen overgang van een algemeenheid van goederen vormt. De transactie kwalificeert daarom als een met omzetbelasting belaste levering.

X BV drijft een onderneming in de in- en verkoop van personenvoertuigen en koopt voertuigen in bij gelieerde vennootschappen van een persoon die werkzaam is bij X BV. Hierdoor ontstaan schulden van ruim € 1 miljoen en een schuld uit een financieringsovereenkomst van € 1 miljoen. Partijen sluiten een vaststellingsovereenkomst waarin X BV voertuigen overdraagt aan Y BV en schulden worden overgenomen. In dezelfde periode ontstaan verschillende aanwijzingen dat activiteiten, systemen, accounts, klantenbestand en voertuigen richting Z BV verschuiven. De inspecteur start een boekenonderzoek en legt een naheffingsaanslag OB op, gebaseerd op een totale tegenprestatie van ruim € 2 miljoen. In geschil is of de overdracht van voertuigen onderdeel vormt van een overgang van een algemeenheid van goederen.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat de overdracht van voertuigen onderdeel vormt van een samenhangend geheel van handelingen dat leidt tot overgang van een onderneming. De vaststellingsovereenkomst ziet uitsluitend op een voorraad voertuigen en levert geen overdracht van een bedrijfsonderdeel op. De aanvullende feiten tonen onvoldoende aan dat Z BV de onderneming van X BV voortzet of de voertuigen overneemt. Door gebrek aan inzicht in de verdere bestemming van de voertuigen voldoet de transactie niet aan de vereisten van art. 37d Wet OB 1968. De rechtbank handhaaft de naheffingsaanslag.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 37D

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 19 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen