X BV doet BPM-aangifte voor een Audi met schade en voldoet € 8722. Volgens de inspecteur is de in het taxatierapport gehanteerde handelsinkoopwaarde te laag. De inspecteur stelt dat de rechtbank X BV moet verplichten een inkoopfactuur te overleggen. In geschil is de naheffingsaanslag BPM.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat ook als X BV een hogere prijs heeft betaald, dan nog staat het haar vrij om uit te gaan van een taxatiewaarde met een waardevermindering wegens schade. Voor zover de inspecteur vindt dat de inkoopfactuur een contra-indicatie zou kunnen opleveren van de door X bepleite waarde, ziet de rechtbank daarin geen aanleiding om de inkoopfactuur op te vragen. Met een koerslijst van X-ray maakt X een lagere handelsinkoopwaarde in beschadigde staat aannemelijk. De aanslag wordt daarom verlaagd tot € 3211. Daarnaast krijgt zij wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriële schadevergoeding van € 1500. Het beroep van X BV is gegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.45
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 19 mei
Informatiesoort: VN Vandaag