X woont op de Filipijnen en ontvangt onder andere een ambtenarenpensioen van het ABP. X verzoekt om teruggaaf van ingehouden loonbelasting. Hij stelt dat zijn ABP-pensioen privaatrechtelijk van aard is. De inspecteur merkt dit verzoek aan als een bezwaar en verklaart het niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. X ontvangt eind juni 2024 de begin mei 2024 gedateerde uitspraken op bezwaar en gaat medio juli 2024 in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelt X dat geen sprake is van een termijnoverschrijding omdat de beroepstermijn volgens hem pas gaat lopen op het moment waarop hij zijn postbus op de Filipijnen leegt.
Hof Den Bosch oordeelt dat de termijnoverschrijding aan X is toe te rekenen en niet verschoonbaar is. X weet dat de post naar de Filipijnen er lang over doet en heeft pas na de uitspraak van de rechtbank een postadres bij een familielid in Nederland aangewezen. Het hof acht van belang dat X, ondanks zijn kennis over de lange duur van het postverkeer, er niet voor heeft gekozen om een postadres in Nederland aan te wijzen of een berichtenbox bij mijnoverheid.nl te openen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van X ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.8
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 20 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag