Lesauto's en vervangend vervoer worden (tijdelijk) uitgezonderd van de hogere bijtelling voor brandstofauto's. Deze specifieke uitzonderingen stelt staatssecretaris Eelco Eerenberg voor op de heffing die per 1 januari 2027 gaat gelden.
Het kabinet wil automobilisten met de heffing stimuleren naar een elektrische auto over te stappen. Voor rijscholen is dat onhaalbaar, omdat elektrische auto's niet handgeschakeld zijn. Voor een volwaardig rijbewijs is het verplicht om in een handgeschakelde auto te leren rijden. De heffing is voor rijscholen dus bijna niet te vermijden. Daarom komt er een uitzondering.
Werkgevers betalen vanaf volgend jaar 12 procent extra bijtelling voor een auto op benzine of diesel als de werknemer die auto ook privé gebruikt. Woon-werkverkeer valt ook onder privégebruik. Bij ondernemers en in de Tweede Kamer bestonden zorgen over specifieke gevallen waarin de heffing negatief uitpakt. Bijvoorbeeld als de elektrische auto bij de garage staat en de vervangende auto op benzine rijdt. Dit geldt alleen als die vervangende auto minder dan twee weken achter elkaar wordt gebruikt.
Er geldt al een overgangsregeling voor leaserijders die nu nog in een benzine- of dieselauto rijden. Die regeling zou gelden tot september 2030, maar wordt verlengd tot 1 januari 2031.
Op initiatief van ChristenUnie en D66 kijkt de staatssecretaris naar een regeling om het leasen van een tweedehands elektrische auto aantrekkelijker te maken. Een optie is om de bijtelling voor deze auto's te verlagen. Hoe groot die korting wordt en voor welke auto's dat moet gaan gelden, besluit Eerenberg na de zomer.
Bron: Ministerie van Financiën
Informatiesoort: Nieuws