De Hoge Raad oordeelt dat de diverse klachten in een BPM-zaak niet tot cassatie kunnen leiden en dat dit niet gemotiveerd hoeft te worden. Er is onder verwijzing naar eerdere arresten evenmin aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU te stellen.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de terbeschikkingstelling van optometristen aan zorgverleners niet onder de medische vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel g Wet OB 1968 valt. De fiscale eenheid heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over deze diensten.
Het Belgische Grondwettelijk Hof oordeelt dat mededeling C/2026/253 van de Europese Commissie van 12 januari 2026 geen invloed heeft op de zaak van de Amerikaanse KvK die bij het Hof van Justitie ligt. De bestreden bepalingen kunnen namelijk nog steeds de belangen raken van Amerikaanse ondernemingen.
Finanzgericht Köln wijst het verzoek van X AG af en verklaart het niet-ontvankelijk. Volgens Finanzgericht Köln is het niet mogelijk om vooraf vast te laten stellen dat er geen plicht is tot het indienen van belastingaangiften onder het nieuwe Mindeststeuergesetz (Duitse wet inzake minimumbelasting).
Afgelopen voorjaar heeft de Staatssecretaris van Financiën met toepassing van de hardheidsclausule kwijtschelding verleend van overdrachtsbelasting over de verkrijging van de economische eigendom van een bouwterrein (zie V-N 2026/23.14). Deze verkrijging werd enkele maanden later gevolgd door de juridische levering, die aan BTW was onderworpen. Volgens de staatssecretaris was de samenloopvrijstelling niet van toepassing op ‘de econoom’, omdat op het tijdstip van de verkrijging geen sprake was van samenloop van overdrachtsbelasting en BTW.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de verkoop van woningbouwkavels een economische activiteit is. De handelingen met betrekking tot de woningbouwkavels vloeien direct voort uit de activiteiten van de tuinbouwonderneming en de sloop van de gebouwen die voor deze onderneming werden gebruikt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
EU Inc werd in Brussel gepresenteerd als dé manier om innovatieve start-ups in Europa te houden. Maar diezelfde start-ups zijn nu bang dat het voorstel voor één Europese bedrijfsvorm bezwijkt onder een scala aan compromissen. Dat schrijft het FD.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat X SE recht heeft op pro rata aftrek van BTW op juridische kosten die verband houden met strafrechtelijke onderzoeken en schikkingen, omdat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van haar algemene economische activiteiten.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het recht op aftrek van voorbelasting moet worden uitgeoefend wanneer de goederen zijn geleverd of de diensten zijn verricht en de belastingplichtige in het bezit is van de desbetreffende factuur.