Startups en scale-ups worden gehinderd door het nieuwe box 3-stelsel en verdienen meer fiscale ondersteuning. Dit benadrukten belangenbehartigers vanuit het bedrijfsleven afgelopen week tijdens een rondetafelgesprek over ‘belastingmaatregelen ter ondersteuning van startups en scale-ups’ in de Tweede Kamer.

Op uitnodiging van de vaste Kamercommissie Financiën werd er met experts, belangenbehartigers vanuit de startup-sector en met vertegenwoordigers van de Belastingdienst en RVO gesproken over het Wetsvoorstel fiscale stimulering van startups en scale-ups. Het doel van de bijeenkomst was de Kamerleden informeren over de behandeling van dit wetsvoorstel. De startup-sector benadrukte daarbij het belang van een competitief fiscaal vestigingsklimaat.

Het Wetsvoorstel fiscale stimulering van startups en scale-ups bevat twee maatregelen. Allereerst biedt het startups en scale-ups een uitzondering van de vermogensaanwasbelasting in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Daarnaast bevat het een fiscale maatregel voor medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups. Concreet gaat het om een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor medewerkers van startups en scale-ups en het verleggen van het heffingsmoment naar het moment dat de aandelen daadwerkelijk verkocht worden. In de reacties op de internetconsultatie werd benadrukt dat de voorgestelde afbakening niet aansluit op de economische realiteit.

Papieren winsten

De belangrijkste uitdaging voor startups en scale-ups is dat het moment van belasten niet gelijk loopt met het moment waarop er (voldoende) liquiditeit is. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, waardoor ook de “papieren” waardestijging wordt belast, maakt dit probleem nog groter én schrikt investeerders en talent af. De belangenbehartigers vanuit het bedrijfsleven benadrukten nogmaals de noodzaak om het onderliggende probleem in het nieuwe box 3-stelsel op te lossen, zodat er geen uitzondering voor startups en scale-ups nodig is. In dit licht riepen ze nogmaals op om de daadwerkelijk gerealiseerde vermogenswinst in box 3 te belasten.

In het gesprek benadrukten de belangenbehartigers en experts dat de voorgestelde definitie voor startups en scale-ups in de praktijk problematisch zal zijn. Het leidt tot arbitraire afbakeningen en kan relevante bedrijven uitsluiten. Ook de voorgestelde kwalitatieve toetsing is onwenselijk in de ogen van de belangenbehartigers, deze kost te veel tijd en leidt tot onzekerheid. In dit licht pleiten de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen en Techleap – vertegenwoordiger van technologie-startups – voor een makkelijker kwalificatiecriterium: indien venture capital minstens € 100.000 heeft geïnvesteerd, moet je in aanmerking komen voor deze fiscale maatregelen.

Medewerkersparticipatie

Het voorstel om medewerkersparticipatie fiscaal te stimuleren in box 1 werd door de experts en belangenbehartigers als een goede eerste stap gezien. Tegelijkertijd benadrukten ze dat er naast de definitie – en daardoor te smalle afbakening van wie er gebruik kan maken van deze regeling – ook nog andere aandachtspunten zijn. Allereerst dat medewerkersparticipaties fiscaal niet neutraal zijn ten opzichte van loon én dat het herinvesteren – wat in andere landen leidt tot meer succesvolle startups – niet gestimuleerd wordt. Ook de waardering van het aandelenbelang is in de praktijk een probleem. In dit licht riepen de experts op om medewerkersparticipatie fiscaal meer te stimuleren.

Het pleidooi vanuit de startup-sector werd enigszins genuanceerd door de Belastingdienst en het Instituut voor Publieke Economie (IPE). De Belastingdienst benadrukte dat uitstel van loonheffing bij medewerkersparticipatie tot grote uitdagingen leidt in de uitvoering en handhaving – zeker als aandelen illiquide zijn en medewerkers niet meer in dienst zijn op het moment dat de aandelen verkocht worden. Het IPE benadrukte dat generieke fiscale maatregelen voor startups doorgaans niet doelmatig zijn én dat het beter is om expliciet te focussen op innovatie. In de komende tijd zal de Kamer zich buigen over het wetsvoorstel, waarbij de belangrijkste vraag is wat er zal gebeuren met de voorgenomen vermogensaanwasbelasting.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting

255

Gerelateerde artikelen