Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de belastingadviseur geen kwade trouw kan worden verweten voor het foutief indienen van de aangifte van X. De inspecteur beschikt echter wel over een nieuw feit, zodat de navorderingsaanslagen waarin de aftrek van zorgkosten is gecorrigeerd, in stand kunnen blijven.

Belanghebbende, X, laat zijn aangiften IB/PVV indienen door een belastingadviseur. In de aangiften worden bedragen aan zorgkosten afgetrokken. De inspecteur legt de aanslagen op conform de ingediende aangiften, maar legt later de thans in geschil zijnde navorderingsaanslagen op. Uit onderzoek is gebleken dat de belastingadviseur van X in een groot aantal gevallen onterecht zorgkosten heeft opgevoerd.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de belastingadviseur geen kwade trouw kan worden verweten voor het foutief indienen van de aangifte van X. Dat ruim 70% van de aangiften van deze adviseur leidt tot een correctie aan de zijde van de Belastingdienst, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank overweegt dat niet in alle gevallen deze aangiften zijn gecorrigeerd. Zonder nadere op de onderhavige zaken toegespitste toelichting kan de rechtbank niet concluderen dat de belastingadviseur voor de aangiften van X (voor alle aftrekposten) te kwader trouw heeft gehandeld en dat deze kwade trouw aan X kan worden toegerekend. De rechtbank acht navordering toch mogelijk omdat het onderzoek naar de belastingadviseur het daarvoor vereiste nieuwe feit oplevert.

Lees ook het thema Navordering.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Editie: 6 maart

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

  20
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen