Hof Den Haag oordeelt in navolging van de rechtbank dat van schending van de hoorplicht geen sprake is.

Belanghebbende, X, maakt bezwaar tegen de correcties die de inspecteur bij de aanslagregeling IB/PVV 2001 t/m 2003 heeft aangebracht. In bezwaar komt de inspecteur uit doelmatigheidsredenen volledig aan de bezwaren van X tegemoet.

Hof Den Haag oordeelt in navolging van de rechtbank dat van schending van de hoorplicht geen sprake is. Nu partijen niet langer van mening verschillen over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan, is X door de gang van zaken niet benadeeld. De inspecteur heeft bij de uitspraken op bezwaar de bij de aanslagregeling doorgevoerde correcties volledig teruggenomen. Het hof laat de uitspraken op bezwaren met toepassing van art. 6:22 Awb in stand. Voor een proceskostenvergoeding ziet het hof geen aanleiding, omdat niet aannemelijk is dat Y op zakelijke basis rechtsbijstand heeft verleend voor X. Ook voor een dwangsom komt X niet in aanmerking vanwege het ontbreken van een ingebrekestelling. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Algemene wet bestuursrecht 7:3

Algemene wet bestuursrecht 7:2

Algemene wet bestuursrecht 6:22

Algemene wet bestuursrecht 4:17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 23 mei

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen