Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar het hofjescomplex van X op de juiste wijze heeft afgebakend voor de Wet WOZ.

Belanghebbende, X, heeft als doel het in stand houden van kerkelijke leefgemeenschappen ten behoeve van min- of onvermogenden. X is eigenaar van een complex bestaande uit 21 hofjeswoningen, drie kantoor- of bedrijfsruimten en één dienstwoning voor de koster. De heffingsambtenaar van de gemeente splitst het complex voor de Wet WOZ uit in 25 onroerende zaken. X stelt dat er sprake is van slechts twee onroerende zaken.

Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar het hofjescomplex van X op de juiste wijze heeft afgebakend voor de Wet WOZ. De hofjeswoning en de dienstwoning zijn gelet op hun afsluitbaarheid, sanitaire voorzieningen en keuken elk naar hun indeling bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Ook de kantoor- en/of bedrijfsruimten zijn afzonderlijke WOZ-objecten. Het hof ziet geen ruimte voor samenstelvorming, zodat de heffingsambtenaar terecht is uitgegaan van 25 objecten. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 23 mei

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen