Aan X BV is bij een voorlopige aanslag VPB 2021 belastingrente in rekening gebracht berekend tegen 8% over de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2023 en tegen 10% over de periode van 1 januari 2024 tot en met 17 februari 2024. Deze percentages vloeien voort uit art. 1 onderdeel b Besluit belasting- en invorderingsrente. X BV bestrijdt de beschikking en stelt dat de belastingrentetarieven in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat art. 1 onderdeel b Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend is en buiten toepassing blijft, conform het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59, V-N 2026/5.21). Het belastingrentepercentage dient te worden bepaald op grond van de algemene regel van art. 1 onderdeel a van het besluit. Dit betekent 4% over de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2023 en 4,5% over de periode 1 januari 2024 tot en met 17 februari 2024. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30F
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30HB
Besluit belasting- en invorderingsrente artikel 1
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 10 juli
Informatiesoort: VN Vandaag