Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat een ondernemer vrij is om door te gaan met het verrichten van diensten jegens zijn afnemers, ook bij uitblijven van betaling tot hoge bedragen of gedurende lange tijd.

X is bestuurder van A bv, waarvan hij middellijk 100% aandeelhouder is. A bv krijgt door het uitlenen van personeel grote vorderingen, die grotendeels onbetaald blijven. A bv doet daarom een melding van betalingsonmacht. In geschil is of X door de ontvanger terecht aansprakelijk is gesteld voor de belastingschulden van A bv. Volgens Rechtbank Noord-Nederland is er geen kennelijk onbehoorlijk bestuur omdat een Duitse hoofdaannemer willens en wetens niet wilde betalen. De ontvanger stelt in hoger beroep dat X ten onrechte doorging met het uitlenen van personeel terwijl de vorderingen al maar opliepen.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een ondernemer vrij is om door te gaan met het verrichten van diensten jegens zijn afnemers, ook bij uitblijven van betaling tot hoge bedragen of gedurende lange tijd. Er is geen algemene grens waarboven geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden de afweging had gemaakt tot voortzetting van de activiteiten. Het beroep van de ontvanger is ook voor het overige ongegrond.

Lees ook het thema Bestuurdersaansprakelijkheid: de gevolgen van kennelijk onbehoorlijk bestuur

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 36

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Invordering

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 29 december

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen