Rechtbank Noord-Holland beslist dat de door X contant aangehouden jarenlang afgeroomde omzet privévermogen vormt. Het inkeren van X is geen bijzondere omstandigheid die keuzeherziening rechtvaardigt.

Ondernemer, X, exploiteert een fotobedrijf. X meldt de inspecteur dat hij in de periode 1993 tot en met 2009 omzet heeft afgeroomd en de gelden aan de onderneming heeft onttrokken en contant in Nederland heeft bewaard. In totaal zou ultimo 2009 € 700.000 aan contanten aanwezig zijn geweest. Daarvan is in november 2011 € 500.000 op een Zwitserse bankrekening gestort en daarna ook in Zwitserland aangehouden. Het restant ad € 200.000 wordt contant in Nederland aangehouden en in de loop van 2016 op een Nederlandse bankrekening gestort. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij X legt de inspecteur de in geschil zijnde (navorderings)aanslagen IB/PVV 2012, 2013, 2014 en 2016 op. Daarbij wordt het bedrag van € 200.000 tot de grondslag van box 3 gerekend. X stelt dat de contanten van € 200.000 ondernemingsvermogen vormen.

Volgens Rechtbank Noord-Holland behoren de contant in Nederland aangehouden gelden niet tot het ondernemingsvermogen maar tot het privévermogen van X. Willens en wetens heeft X elk jaar opnieuw de keuze gemaakt de omzet af te romen en de contanten tot zijn privévermogen te rekenen, buiten het zicht van de Belastingdienst te brengen en te houden, en die keuze vele jaren volgehouden. Het feit dat de etikettering als privévermogen nu tot navordering over de contanten leidt, is geen bijzondere omstandigheid die keuzeherziening rechtvaardigt. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 28 juli

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen