Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat er geen objectieve voordeelsverwachting is. Het maakt niet uit dat de heer X veel tijd aan de activiteiten heeft besteed.

X is aanvankelijk in vof-verband met zijn – inmiddels ex – partner actief in de verzekeringsbranche en in de uitgeefbranche. Na een ongeluk in 2009 heeft X in 2010 de assurantieportefeuille verkocht. De VOF is in 2013 geëindigd, daarna is hij zelfstandig uitgever/budgetcoach. Na ongelukken in 2016 en 2017 volgt X vanaf 2018 opleidingen en legt zich toe op coaching- en begeleidingsactiviteiten. In geschil is of X zijn ondernemingsverlies van 2014 kan aftrekken. Volgens Rechtbank Gelderland is de aangifte terecht gecorrigeerd. X gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er geen objectieve voordeelsverwachting is. De omzetten zijn namelijk in 2013, 2014 en 2015 nihil of zeer gering en in 2015, 2016 en 2017 zijn de resultaten ook negatief. Het maakt niet uit dat X veel tijd aan de activiteiten heeft besteed. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.5

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 5 november

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen