Rechtbank Gelderland beslist dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat in weerwil van de managementovereenkomsten die met de persoonlijke holdings zijn gesloten sprake is van privaatrechtelijke dienstverbanden tussen X bv en de directeuren/enig aandeelhouders van die holdings.

De bestuurders van belanghebbende, X bv, zijn twee persoonlijke vennootschappen van I en J (directeuren/enig aandeelhouders). Deze vennootschappen zijn ook (minderheids)aandeelhouder in X bv samen met nog twee andere vennootschappen. X bv heeft met deze persoonlijke holdings managementovereenkomsten afgesloten. Volgens de inspecteur zijn I en J verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen omdat er sprake is van privaatrechtelijke dienstbetrekkingen tussen X bv en I en J. Er moet door de persoonlijke vennootschappen worden ´heengekeken´. X bv komt in beroep tegen de haar opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen.

Volgens Rechtbank Gelderland maakt de inspecteur niet aannemelijk dat er sprake is van privaatrechtelijke dienstverbanden tussen X bv en I en J. Doorslaggevend daarvoor is het feit dat daadwerkelijk managementovereenkomsten zijn gesloten met de persoonlijke holdings en geen arbeidsovereenkomsten met I en J in persoon. Van belang is volgens de rechtbank ook de vrije rol die de bestuurders kennelijk hebben om hun persoonlijke kennis en expertise ook buiten X bv om te ontwikkelen en te exploiteren. Dit past volgens de rechtbank meer bij de zelfstandige rol en positie die naar maatschappelijke opvattingen hoort bij de relatie van opdrachtgever en opdrachtnemer dan de relatie van werkgever en werknemer. Het beroep is gegrond. De naheffingsaanslag wordt verminderd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Burgerlijk Wetboek Boek 7 610

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Loonbelasting, Premieheffing

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 13 maart

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen