Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat door X BV in 2016 weliswaar een onjuistheid is begaan door destijds geen afwaardering te claimen, maar deze werkt niet door in de balanswaardering. De foutenleer kan niet worden toegepast.

X BV is de moedermaatschappij van een fiscale eenheid voor de VPB, die zich bezighoudt met het ontwikkelen en financieren van innovatieve technieken. Voor 2019 is primair in geschil of X BV de foutenleer kan toepassen met betrekking tot het afwaarderen van een deelnemingsvordering die reeds in 2016 had plaatsgevonden.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat door X BV in 2016 weliswaar een onjuistheid is begaan door destijds geen afwaardering te claimen, maar deze werkt niet door in de balanswaardering (vgl. HR 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BB5878, V-N 2009/14.14). Uit de aangiften voor de boekjaren 2017 en 2018 volgt dat de vordering niet meer opgenomen is geweest op de balans van X BV. De foutenleer kan dus niet worden toegepast. Het opgeofferde bedrag voor de deelneming kan ook niet alsnog worden verhoogd, omdat niet in geschil is dat het een zakelijke lening was en de kwijtschelding ook zakelijk was. Met betrekking tot een deelneming in de VS maakt X BV niet aannemelijk dat de vereffening daarvan in 2019 is voltooid. Voor deze deelneming kan in 2019 dus geen liquidatieverlies worden afgetrokken. Het beroep is enkel gegrond, omdat de belastingrente wordt verlaagd (zie HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59, V-N 2026/5.21).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 13D

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 4 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

38

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen