De geraamde BTW-opbrengst van € 328 miljoen is gebaseerd op CBS-consumptiedata, daarbij is aangenomen dat de BTW op sierteeltproducten meegroeit met de totale BTW-inkomsten. Volgens de gebruikelijke CPB-methodiek worden in deze raming geen gedragseffecten meegenomen, omdat verschuivingen in consumptie meestal binnen de BTW-grondslag blijven. Het lagere bedrag uit het WUR-rapport wordt verklaard doordat daarin wél gedragseffecten en bredere economische gevolgen (zoals werkgelegenheid) zijn verwerkt. Deze effecten zijn volgens de staatssecretaris te onzeker om toe te rekenen aan één maatregel en worden daarom alleen indirect meegenomen via CPB-doorrekeningen. Het kabinet erkent dat het verlaagde BTW-tarief effectief kan zijn, maar noemt het ondoelmatig omdat hogere inkomens er relatief meer van profiteren. Voor vergroening zijn gerichte subsidies volgens het kabinet effectiever dan een BTW-verlaging. Daarom wordt gekozen voor afschaffing van het verlaagde tarief op sierteelt.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 9
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 48
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Omzetbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 4 juni
Informatiesoort: VN Vandaag