Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel is de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen. Gewezen deelnemers krijgen de mogelijkheid om de risicodekking vrijwillig voort te zetten. Dit wordt gefinancierd via uitruil van ouderdoms- en eventueel partnerpensioen. Daarnaast introduceert het wetsvoorstel een uniforme definitie van ‘kind’ (eigen, stief- en pleegkind) voor het wezenpensioen. Verder wordt het overgangsrecht voor de voortzetting van het pensioen bij arbeidsongeschiktheid verruimd voor zowel pensioenfondsen als verzekeraars. Ook regelt het voorstel de verplichte voortzetting van risicodekking van het nabestaandenpensioen op grond van een cao of periodieke uitkering en is een aanpassing aan de regeling gelijke aanpassingen in de flexibele premieovereenkomst opgenomen. Tot slot bevat het wetsvoorstel technische en fiscale verduidelijkingen. De voorstellen moeten bijdragen aan een soepele overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 18
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 18D
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 38C
Rubriek: Loonbelasting
Regelgevende instantie: Staten-Generaal
Editie: 4 juni
Informatiesoort: VN Vandaag