Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat de aanslag achteraf bezien juist is en geen sprake is van herroeping wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

X maakt bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2023 omdat de inspecteur de jonggehandicaptenkorting niet heeft toegepast. Daarbij verzoekt X ook om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De inspecteur verklaart het bezwaar gegrond en past de jonggehandicaptenkorting alsnog toe, maar neemt geen beslissing op het verzoek om kostenvergoeding. X stelt beroep in. De inspecteur stelt dat de jonggehandicaptenkorting ten onrechte is toegekend omdat X in 2023 geen Wajong-uitkering ontvangt en geen recht op een dergelijke uitkering aannemelijk maakt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De aanslag IB/PVV 2023 is in de uitspraak op bezwaar ten onrechte verminderd omdat X feitelijk geen recht heeft op jonggehandicaptenkorting op grond van de Wajong. Daarnaast is er geen sprake van herroeping wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in art 7:15 lid 2 Awb. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.16A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 3 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen