Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X ten tijde van zijn inkeer op de hoogte was en dus wist, althans redelijkerwijs had moeten weten, dat door de Belastingdienst onderzoek werd gedaan naar zwartspaarders bij de Zwitserse bank UBS.

X doet medio 2016 een beroep op de inkeerregeling (art. 67n AWR) voor een tot medio 2014 in Zwitserland bij de UBS aangehouden bankrekening met een saldo van € 600.000. In geschil is onder meer of terecht vergrijpboetes zijn opgelegd. Volgens de inspecteur kwam op 27 september 2015 in de publiciteit dat Nederland onderzoek deed naar UBS-rekeninghouders, zodat de melding geen vrijwillige verbetering is. Niet meer in geschil is dat de navorderingsaanslag over 2003 te laat is opgelegd en dat die boete dus moet vervallen. De boetes hebben zowel betrekking op box 3 als op box 2, omdat het spaargeld afkomstig was van een bv die winst had verzwegen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X ten tijde van zijn inkeer op de hoogte was en dus wist, althans redelijkerwijs had moeten weten, dat door de Belastingdienst onderzoek werd gedaan naar zwartspaarders bij zijn vroegere bank. X stelt vergeefs dat hem na de inkeer nimmer de cautie is gegeven, omdat de inspecteur uitsluitend contact had met zijn gemachtigde. De boetes over 2004 tot en met 2014 worden wegens het overschrijden van de redelijke termijn wel met 10% gematigd tot in totaal € 143.933 en X krijgt een schadevergoeding van € 500. Het beroep van X is deels gegrond.

Lees ook het thema De inkeerregeling

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67d

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67n

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Strafrecht

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 8 december

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen