Hof Arnhem - Leeuwarden oordeelt dat X geen recht heeft op vermindering van Nederlands successierecht in verband met de betaalde Spaanse erfbelasting. Het hof overweegt daarbij dat aan X in Spanje geen aanslag is opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

A overlijdt in 2004. Tot de nalatenschap behoren twee Spaanse appartementen. Belanghebbende, X, is één van de vijf kinderen van A en B. Aan B, echtgenote van erflater, is een aanslag Spaanse erfbelasting van € 339.197 opgelegd, waarin de waarde van de appartementen is begrepen. Aan de kinderen zijn geen Spaanse aanslagen opgelegd. In geschil is of X recht heeft op vermindering van Nederlands successierecht in verband met de betaalde Spaanse erfbelasting. X stelt hierbij dat niet van belang is aan wie de aanslag erfbelasting is opgelegd.

Hof Arnhem - Leeuwarden (MK II, 25 juni 2013, 12/00632, V-N 2013/51.1.5) oordeelt dat X geen recht heeft op vermindering van Nederlands successierecht in verband met de betaalde Spaanse erfbelasting. Het hof overweegt daarbij dat X niet heeft kunnen uitsluiten dat Spanje aan hem een aanslag erfbelasting had kunnen opleggen en ook niet heeft kunnen aangeven welk bedrag aan erfbelasting dan eventueel door hem zou zijn verschuldigd. Volgens het hof kan de vermindering waarop X recht zou hebben gehad, dan niet worden berekend. Het gelijk is aan de inspecteur. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 50

Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 47

Successiewet 1956 1

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Instantie: Hoge Raad

Editie: 13 juni

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen