De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde van de woning van X voor het jaar 2023 vast op € 658.000. Na bezwaar verlaagt de heffingsambtenaar de waarde naar € 610.000 maar wijst het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase af. De gemachtigde van X heeft een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven eenmanszaak met als omschreven bedrijfsactiviteiten het adviseren van ondernemers en beeldend kunstenaarschap. De heffingsambtenaar stelt dat de gemachtigde niet meer dan incidenteel rechtsbijstand verleent. Rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep ongegrond. X stelt hoger beroep in. In geschil is of X recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase, meer specifiek of de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleent.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de verklaringen van de gemachtigde, zijn registratie in het handelsregister en het consequente gebruik van eigen briefpapier met bedrijfsgegevens aannemelijk maken dat de verleende rechtsbijstand onderdeel is van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. Het hof overweegt daarbij dat het ingevolge de Nota van Toelichting bij het Besluit proceskosten bestuursrecht niet vereist is dat de rechtsbijstandverlener uitsluitend of in hoofdzaak zijn beroep maakt van het verlenen van rechtsbijstand. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en kent een proceskostenvergoeding toe.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Besluit proceskosten bestuursrecht artikel 1
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 13 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag