De civiele kamer van de Hoge Raad oordeelt dat de werkgever uit hoofde van goed werkgeverschap onder omstandigheden wel gehouden kan zijn de werknemer in kennis te stellen van een wijziging van regelgeving die voor diens fiscale positie van belang is.

Twee piloten wonen (eerst) in Zwitserland en zijn vanaf 1990 en 1991 in dienst bij de KLM. De Belastingdienst geeft voor hen een vrijstellingsverklaring ter voorkoming van dubbele belasting af. Op basis hiervan houdt KLM tot 2018 geen loonbelasting over hun loon in. Door een nieuw belastingverdrag met Zwitserland zijn hun salarissen echter al vanaf 1 januari 2012 in Nederland belast. De piloten stellen de KLM civiel aansprakelijk voor de IB-navordering bij hen van respectievelijk in totaal € 1,1 mln en € 600.000. Volgens Hof Amsterdam is de werknemer zelf als eerste verantwoordelijk voor het nakomen van zijn fiscale verplichtingen, zowel in zijn woon- als in zijn werkland. De zorgplicht als werkgever strekt niet zo ver dat verplichtingen in de IB-sfeer in de verschillende woonlanden van de piloten (of zelfs in Nederland als werkland) tot een adviserende taak van de KLM als werkgever moet leiden. De piloten gaan in cassatie.

De civiele kamer van de Hoge Raad oordeelt dat de werkgever uit hoofde van goed werkgeverschap onder omstandigheden wel gehouden kan zijn de werknemer in kennis te stellen van een wijziging van regelgeving die voor diens fiscale positie van belang is. Dat kan in het bijzonder het geval zijn als deze informatie evenzeer van belang is voor de verplichting tot inhouding en afdracht van loonbelasting, die op de werkgever rust. Een werkgever behoort uit hoofde van die verplichting immers daarvan op de hoogte te zijn. Gelet op de onderhavige feiten (1) de KLM is een grote professionele werkgever met een eigen fiscale afdeling en met vele in het buitenland wonende werknemers, (2) het ging om een verdragswijziging die mogelijk tot gevolg zou hebben dat, anders dan voorheen, sommige van haar werknemers inkomstenbelasting in Nederland verschuldigd zouden worden en KLM loonbelasting op hun loon zou moeten inhouden en afdragen en (3) KLM was van de verdragswijziging op de hoogte en behoorde dat ook te zijn, heeft het hof met zijn oordeel dat op KLM geen waarschuwings- of informatieplicht jegens de piloten rustte, dan ook ofwel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, ofwel zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Volgt verwijzing naar Hof Den Haag.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Burgerlijk Wetboek 7:611

Instantie: Hoge Raad (Civiele kamer)

Rubriek: Arbeidsrecht, Loonbelasting, Internationaal belastingrecht

Editie: 25 september

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

1147

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen