Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de vermelding “ik maak bezwaar” in het opmerkingenveld van een bancaire overschrijding niet aangemerkt kan worden als een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

X is het niet eens met de beslissing van Rechtbank Noord-Nederland om zijn beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. X doet dan ook verzet tegen deze uitspraak.

Rechtbank Noord-Nederland (V-N 2018/34.25.9) oordeelt dat de vermelding “ik maak bezwaar” in het opmerkingenveld van een bancaire overschrijving niet aangemerkt kan worden als een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. De vermelding voldoet niet aan de eis dat een bezwaar schriftelijk moet worden gemaakt en voldoet ook niet aan de andere vereisten die aan een bezwaarschrift worden gesteld in de artikelen 6:4 en 6:5 Awb. Daarnaast is het ook niet mogelijk om elektronisch bezwaar te maken tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. De Belastingdienst hoefde voor de mededeling van X geen herstel van verzuimen te bieden. Daarbij komt nog dat het bericht is gericht aan de ontvanger, die op grond van art. 2:3 Awb niet verplicht is tot doorzending aan de inspecteur. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat het beroep van X terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Het verzet van X is dan ook ongegrond.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

Lees ook het thema Bezwaar: het gesloten stelsel van rechtsbescherming

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:6

Algemene wet bestuursrecht 6:5

Algemene wet bestuursrecht 6:4

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 28 mei

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen