Op verzoek van X BV verstrekt de inspecteur een bindende tariefinlichting (bti) voor de gevulde zitzak type A, waarbij de zitzak wordt ingedeeld in GN-onderverdeling 9404 9090. Voor de ongevulde zitzak (het omhulsel) wordt een bti verstrekt waarbij het omhulsel wordt ingedeeld in GN-onderverdeling 6307 9098. De inspecteur volgt daarbij de Uitvoeringsverordening 2024/3133, waarin de Europese Commissie stelt dat het omhulsel moet worden ingedeeld in GN-onderverdeling 6307 9098. X BV is van mening dat zowel de zitzak als het omhulsel moeten worden ingedeeld in GN-onderverdeling 9401 8000. De inspecteur stelt dat hij is gebonden aan de Uitvoeringsverordening, maar dat hij voorafgaand aan de vaststelling van de Uitvoeringsverordening met X BV van mening was dat de zitzak en het omhulsel moeten worden ingedeeld in GN-post 9401. De inspecteur en X BV vragen de rechtbank daarom om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over de geldigheid van Uitvoeringsverordening 2024/3133.
Rechtbank Noord-Holland stelt op verzoek van X BV en de inspecteur prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de geldigheid van Uitvoeringsverordening 2024/3133. De rechtbank ziet zich namelijk geplaatst voor de vraag of GN-post 9404 en GN-post 6307 de juiste GN-posten zijn voor de indeling van de zitzak en het omhulsel. Op basis van het voorlopige oordeel van de rechtbank moet het omhulsel van de zitzak namelijk worden ingedeeld in GN-post 9401 of GN-post 9403. Omdat de rechtbank niet bevoegd is om handelingen van de instellingen van de EU ongeldig te verklaren, stelt zij de volgende vragen:
- ‘1).
Moet GN-post 9404 aldus worden uitgelegd dat daaronder moet worden ingedeeld een artikel met een afmeting van 190 bij 140 cm, een gewicht van 7,5 kg en een inhoud van 350 liter, dat hoofdzakelijk bestaat uit een stevig en soepel maar niet elastisch omhulsel van polyester, een vulling van piepschuim balletjes, en twee verstelbare riemen, dat op de grond wordt geplaatst en met behulp van de riemen wordt gevormd tot een zitzak met een zitgedeelte en een rugleuning?
- 2).
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, is dan Uitvoeringsverordening 2024/3133 ongeldig, voor zover daarin het omhulsel van de bij de eerste vraag bedoelde zitzak wordt ingedeeld als geconfectioneerd artikel van GN-post 6307?’
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie EU uitspraak heeft gedaan.
Wetingang: