X BV exploiteert een squashcentrum met horecagelegenheid en verhuurt squash- en padelbanen per tijdseenheid of via abonnementen voor squash, padel en soccersquash. Zij verzorgt daarnaast belaste activiteiten zoals horeca, lessen en verkoop van sportartikelen. X BV sluit met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst waarin X BV over de baanverhuur 9% BTW afdraagt. X BV maakt bezwaar en stelt dat de verhuur aan particuliere sporters is vrijgesteld en verzoekt een aanvullende teruggaaf van € 4815. In geschil is of verhuur van squash- en padelbanen aan particuliere sporters: i) kwalificeert als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken of ii) belast is tegen het verlaagde BTW-tarief.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de verhuur van squash- en padelbanen door X BV aan particuliere sporters kwalificeert als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken. De sporter reserveert online een specifieke baan, verkrijgt gedurende de gereserveerde tijd een exclusief gebruiksrecht en sluit anderen daarvan uit. X BV levert geen bijkomende sportdiensten, houdt geen toezicht in de hal en beperkt onderhoud en ondersteuning tot een minimum. Het feit dat er toiletten en kleed- en doucheruimten aanwezig zijn en een sporter in uitzonderlijke gevallen een horecamedewerker kan aanspreken maakt niet dat de verhuur van de squash- of padelbanen meer inhoudt dan het passief ter beschikking stellen van een baan aan de sporter. Het feit dat de banen worden verhuurd aan personen die voornemens zijn om daar te gaan squashen of “padellen” (sporten), maakt het voorgaande niet anders. Het beroep van X BV is gegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 9
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 3