Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de verzending van de uitspraak op bezwaar op 6 april 2020 niet aannemelijk maakt. De beroepstermijn begint pas op 14 december 2023 te lopen. Het beroepschrift is tijdig en ontvankelijk.

X maakt bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2018. De inspecteur doet uitspraak op bezwaar met dagtekening 6 april 2020. X stuurt op 11 december 2023 een ingebrekestelling. De inspecteur reageert op 14 december 2023 op de ingebrekestelling en stuurt de uitspraak op bezwaar. Het beroepschrift van X wordt op 16 januari 2024 ontvangen. In beroep claimt X aftrek van € 2242 aan studiekosten en € 5681,67 aan specifieke zorgkosten, waaronder apotheekkosten, honoraria van artsen, steunzolen en facturen van verschillende medische instellingen. In geschil is of het beroepschrift ontvankelijk is en of de aanslag IB/PVV 2018 juist is.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de verzending van de uitspraak op bezwaar op 6 april 2020 niet aannemelijk maakt. De beroepstermijn begint pas op 14 december 2023 te lopen. Het beroepschrift is tijdig en ontvankelijk. De bewijslast voor aftrek van studiekosten en specifieke zorgkosten ligt bij X. X onderbouwt de studiekosten niet met verifieerbare stukken, zodat deze niet aftrekbaar zijn. Alleen het remgeld en enkele eigen bijdragen in verband met zorg, inclusief steunzolen, drukken op X en voldoen aan de voorwaarden voor aftrek. Na toepassing van de drempel en de vermenigvuldigingsfactor bedragen de aftrekbare specifieke zorgkosten € 1129, zodat het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt verminderd tot € 27.130. Het beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.16

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26C

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 30 april

Informatiesoort: VN Vandaag

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen