X is sinds 2017 enig aandeelhouder en bestuurder van A BV. X dient geen aangifte in. A BV dient ook geen aangifte vennootschapsbelasting 2019 in. De inspecteur verzoekt in bezwaar om bankafschriften en jaarstukken van A BV, maar X verstrekt niets. X zit in 2019 enkele maanden in detentie. In geschil is of de inspecteur het gebruikelijk loon van X terecht op € 45.000 stelt en een verzuimboete oplegt.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat het gebruikelijk loon lager is dan € 45.000. Omdat X geen aangiften indient, geen financiële gegevens van A BV verstrekt en zijn stellingen over het ontbreken van activiteiten niet onderbouwt, slaagt X daarin niet. De periode van detentie in 2019 vormt ook geen voldoende verklaring. Het hof oordeelt verder dat de verzuimboete wegens het niet doen van aangifte terecht en passend is. X stelt geen feiten waaruit avas blijkt. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 30 april
Informatiesoort: VN Vandaag