X BV exploiteert een transportonderneming en huurt een bedrijfsloods. Tijdens een integrale controle treft de Douane 1086 kilogram waterpijptabak aan. In geschil is of het bij het binnentreden verkregen bewijs mag worden gebruikt en of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat ook indien sprake zou zijn van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs, dit in beginsel mag worden gebruikt en dat de wijze van binnentreden niet voldoet aan het zozeer indruist-criterium. Het binnentreden vond plaats in het kader van een reguliere controle, was gebaseerd op concrete aanwijzingen en levert geen ernstige of bewuste schending van fundamentele rechtsbeginselen op. De rechtbank concludeert dat X BV de waterpijptabak fysiek tot haar beschikking had en daarmee als schuldenaar van accijns kwalificeert. Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank aannemelijk dat 1080 kilogram waterpijptabak aanwezig was en vermindert de naheffingsaanslag dienovereenkomstig.
Wetingang:
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Accijns en verbruiksbelastingen
Editie: 30 april
Informatiesoort: VN Vandaag