Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat het vermoeden bestaat dat de feitelijke leiding van X AG bij Y ligt en dat de feitelijke leiding in Nederland wordt uitgeoefend.

X AG is opgericht naar Zwitsers recht en statutair gevestigd in Zwitserland. Volgens de inspecteur beschikt de in Nederland wonende Y over een volmacht om belangrijke beslissingen te nemen namens X AG. Y stelt dat hij vanaf begin 2017 niet meer in Nederland woont en geen bestuurder is van X AG. Tegen Y lopen diverse fiscale en strafrechtelijke procedures. X AG weigert informatie te verstrekken die relevant is voor de beoordeling van de binnenlandse belastingplicht van X AG. In hoger beroep is in geschil of de inspecteur terecht informatiebeschikkingen 2017 en 2018 heeft afgegeven.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat het vermoeden bestaat dat de feitelijke leiding van X AG bij Y ligt en dat de feitelijke leiding in Nederland wordt uitgeoefend. Y maakt in 2018 gebruik van een volmacht en is in dat jaar ook de enige gemachtigde tot de bankrekening van X. Het vermoeden is gerechtvaardigd dat Y in 2018 nog betalingen voor X heeft verricht. Weliswaar is Y in 2017 naar het buitenland verhuisd, maar het staat vast dat hij nog steeds iedere maand in Nederland is om leiding te geven aan zijn bedrijven hier. De informatiebeschikkingen zijn terecht afgegeven. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2

Algemene wet bestuursrecht artikel 3.3

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting

Editie: 30 april

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen